Voeding

Algemeen

Het voeren van Verbeterd Roodbont Vleesvee is een vak apart. Het vraagt meer aandacht dan menigeen denkt. Het luxe vleesvee waar het Verbeterd Roodbont ras onder valt, onderscheid zich ten opzichte van andere rassen.

Dit onderscheid ziet men door:

  • de grote hoeveelheid spiermassa ten opzichte van het karkas
  • de relatief kleine pensinhoud
  • groter eiwit aanzet capaciteit
  • geringe vet aanzet

Deze aspecten hebben grote invloed op de voeding en voederwijze.

Rond de geboorte van 0 tot 3 dagen:

Het opfokken van Verbeterd Roodbont stamboek kalveren gebeurt op twee manieren:

  1. Op natuurlijke wijze door middel van moeder- kind relatie (zoogveehouderij).
  2. Kunstmatige opfok door verstrekken van (kunst) melk via de speenemmer.

Als het kalf natuurlijk gevoed wordt, is het belangrijk te weten, of het voldoende voeding krijgt. Dit is controleerbaar aan de soepelheid van de huid (mag niet droog aanvoelen) en de alertheid van het kalf met de kleuruitstraling van de haarvacht. Wanneer het kalf te weinig melk krijgt van de moeder, let op de volgende zaken:

  1. Geeft de koe wel voldoende melk, dit is controleerbaar aan het uier.
  2. Laat de koe het wel toe ,dat het kalf wil drinken?
  3. Is de relatie moeder-kind goed? (afwijzend gedrag door hormonale invloeden)
  4. Stoot het kalf niet overdadig door te geringe melkgift?
  5. Heeft de koe een gezond uier, gezonde spenen (speentrappen)?

De koe laat wel toe dat het kalfje drinkt, het wordt echter gehinderd om op normale wijze bij zijn moeder te zogen, door tong problemen of geboorte afwijkingen. Wanneer het zichtbaar is dat opfokken op een natuurlijke manier niet haalbaar is, dient er zo snel mogelijk op kunstmatige opfok te worden over gegaan. Zoogkalveren moeten in de eerste weken van hun leven continu gecontroleerd worden op hun mestafscheiding, deze moet van een homogene samenstelling zijn.

Zoogkalveren groeien de eerste maanden vaak sneller dan kalveren die via de emmer gevoerd worden. Dit komt doordat ze vaker voeding (moedermelk) krijgen. De overgang naar vaste voeding is echter moeilijker, door de geringere behoefte. Zo snel mogelijk verstrekken van (mini korrels) krachtvoer is van groot belang, naast ruwvoer (hooi van goede kwaliteit) dit om een goede penswerking te bevorderen. Laat de zoogkalveren niet langer dan 20 weken bij de moederdieren lopen, om afwenningsverschijnselen te beperken.

Aan de emmer:

Een kalf wat op kunstmatige manier opgefokt wordt, dient hygiënisch gevoederd te worden. Raadzaam is een speenemmer te gebruiken, die een goede slokdarmsleufreflex bevorderd. Geef het kalf nooit meer dan 2½ liter melk per voedingsbeurt, om te voorkomen dat er melk rechtstreeks in de pens terecht komt. Dit veroorzaakt namelijk pens-verzuring (oplopen diarree).

Bij deze opfok- methode (kunstmatig) hoog kwalitatief ruwvoer verstrekken, liefst hooi. Zorg voor onbeperkt opname van ruwvoer met fris drinkwater. De kalveren kunnen op 14 weken van de melk af, ze moeten dan wel 1½ - 2 kg. krachtvoer opnemen. Voor een optimale groei en gezondheid is belangrijk op de 10 dagen en op de 10 weken extra vitamine toe te dienen.

3 Maanden tot een jaar:

In deze periode is het belangrijk dat er een maximale groei gehaald wordt. Er moet voldoende energie, eiwit en structuur verstrekt worden. Als de basis een graskuil is, moet deze voldoende structuur bevatten voor een goede penswerking. Het eiwitgehalte in de kuil bepaalt welke aanvullende brok/krachtvoer vervanger er toegevoegd moet worden voor een evenwichtig dagrantsoen. Het is ook van groot belang, dat er voldoende mineralen in het dagrantsoen zijn opgenomen, voor een gezonde groei met ontwikkeling van het beendergestel. Voor kalveren die in de wei lopen, is het van groot belang de energie voorziening goed op peil te houden, dit beïnvloed de ontwikkeling van de dieren sterk. Kalveren jonger dan 1 jaar, moeten vroegtijdig opgestald worden, om alleen maar haargroei te voorkomen. De energie opname is dan vaak niet toerijkend voor een onbelemmerde doorgroei van de jonge dieren.

Van een jaar tot inseminatie/natuurlijke dekking:

In deze periode is het belangrijk dat het dier sterk ontwikkelt en niet in overdadige conditie verkeert, wat nadelig kan werken voor de vruchtbaarheidscyclus. De vitamine en mineralen huishouding dient op orde te zijn, ter ondersteuning van de vruchtbaarheid. Een overdaad aan eiwitopname kan problemen geven bij bevruchting van het dier.

Tijdens de dracht

Eerste helft dracht:

Het is belangrijk dat de vaars groeit. Het verstrekken van veel verteerbaar eiwit is af te raden. Zorg voor voldoende mineralen, met eventueel wat krachtvoer.

Tweede helft dracht:

Een vaars moet altijd in goede conditie blijven, ook als haar vrucht al sterk ontwikkeld is. Bij een jong dier wat een vrucht draagt in een gevorderd stadium, wordt de opname van ruwvoer vaak geringer, waardoor het nodig is krachtvoer of een krachtvoer vervanger met een gering volume bij te voeren. Wanneer er veel slappe kalveren geboren worden, en/of er blijven veel dieren aan de nageboorte staan, is er vaak een verstoorde voederbalans.

Na het afkalven:

Als een vaars te licht is na het kalven, kan het raadzaam zijn het kalf niet bij de moeder te laten zogen voor het behoud van het moederdier. Wil je een koe weer snel drachtig hebben, moet zij wel in goede conditie zijn met een goede mineralen balans. Wanneer een koe gedekt of geïnsemineerd wordt dan is een overdadig eiwitrantsoen funest voor het vrijkomen van de eicel en tevens voor het innestelen van de bevruchte eicel. In het voorjaar de verbeterd roodbonten inscharen in kort eiwitrijk gras is niet raadzaam, dit bevorderd niet hun vruchtbaarheidscyclus.